ECLI:NL:RVS:2017:139
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring van gezin met autistische minderjarige niet onrechtmatig
Bij besluiten van 3 oktober 2016 zijn de vreemdelingen, een gezin met minderjarige kinderen, in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank had op 17 oktober 2016 geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom het gehele gezin in bewaring werd gesteld en onvoldoende rekening had gehouden met de autistische minderjarige zoon, en verklaarde de beroepen gegrond met toekenning van schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de besluiten wel degelijk deugdelijk waren gemotiveerd, onder meer vanwege het significante risico op het onttrekken aan toezicht en de belangenafweging waarbij het gezin als sociale eenheid werd beschouwd. Tevens werd aangegeven dat medische faciliteiten in de gesloten gezinsvoorziening gelijkwaardig zijn aan die in de vrije maatschappij.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een motiveringsgebrek had vastgesteld. De belangen van het gezin en de gezondheidstoestand van de minderjarige zoon waren voldoende betrokken bij het besluit. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraken van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen ongegrond verklaard. Verzoeken om schadevergoeding werden afgewezen.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen tegen hun inbewaringstelling worden ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen.