ECLI:NL:RVS:2017:1366
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening voorschot kinderopvangtoeslag wegens onvoldoende betalingsbewijs
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die de herziening van haar voorschotten kinderopvangtoeslag over 2014 en 2015 door de Belastingdienst/Toeslagen heeft bevestigd.
Appellante ontving voorschotten voor de opvang van haar zoon bij een kinderdagverblijf. De Belastingdienst stelde de voorschotten op nihil omdat appellante niet voldoende kon aantonen dat zij de volledige kosten van kinderopvang had betaald. Appellante overhandigde slechts betalingsbewijzen voor enkele maanden, terwijl de totale kosten hoger waren.
De Raad van State overweegt dat op grond van de Wet kinderopvang en de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen het aan appellante is om aan te tonen dat zij de kosten heeft betaald. De door haar overgelegde kwitanties en bankafschriften dekken niet het volledige bedrag. Ook verklaringen van het kinderdagverblijf veranderen hier niets aan.
Verder faalt het betoog dat de Belastingdienst in strijd met het evenredigheidsbeginsel zou hebben gehandeld. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie dat zonder bewijs van betaling geen aanspraak op toeslag bestaat. Klachten over het motiveringsbeginsel worden niet ontvankelijk geacht omdat deze niet in bezwaar zijn ingebracht.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de voorschotten kinderopvangtoeslag wordt bevestigd.