ECLI:NL:RVS:2017:1346
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Groenoord 2015 vanwege onvoldoende motivering geluidhinder parkeerplaatsen
De appellant betwistte het bestemmingsplan 'Groenoord 2015' vastgesteld op 15 september 2015 door de raad van Schiedam, vanwege onvoldoende onderzoek en motivering over de geluidhinder veroorzaakt door parkeerplaatsen nabij zijn woning. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde in een eerdere tussenuitspraak dat de raad tekort was geschoten in de zorgvuldigheid en motivering, met name ten aanzien van de akoestische gevolgen en het woon- en leefklimaat.
Naar aanleiding hiervan stelde de raad op 25 oktober 2016 een nieuw bestemmingsplan vast, waarin dezelfde bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied' aan de betreffende gronden werd toegekend. De appellant voerde aan dat het onderzoek van de raad onvoldoende was, met name omdat niet alle geluidshinderaspecten waren meegenomen en dat de afstand tot de woning niet voldeed aan de richtafstanden uit de VNG-brochure.
De Raad van State oordeelde echter dat de raad zich terecht op de VNG-brochure kon baseren en dat de locatie als gemengd gebied kon worden aangemerkt, waardoor een richtafstand van 10 meter geldt. Ook achtte de Raad het niet relevant of het parkeerterrein een openbare weg is in de zin van de Wegenverkeerswet 1994, aangezien de bestemming ook parkeervoorzieningen omvat. Het beroep tegen het besluit van 25 oktober 2016 werd daarom ongegrond verklaard.
De Raad verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding omdat het gevorderde bedrag het maximum van € 25.000 overschreed. De raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het oorspronkelijke bestemmingsplan werd gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het herziene plan ongegrond, en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens onbevoegdheid.