ECLI:NL:RVS:2017:130
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens gevaar voor openbare orde en nationaliteitskwesties
De minister van Veiligheid en Justitie heeft het verzoek van appellant om het Nederlanderschap te verkrijgen afgewezen op grond van ernstige vermoedens dat appellant een gevaar vormt voor de openbare orde. Dit werd onderbouwd met een strafrechtelijke veroordeling wegens overtreding van de Opiumwet en het Wetboek van Strafrecht.
Appellant voerde aan dat hij slechts een kleine misstap heeft begaan en dat hij door de afwijzing dubbel wordt gestraft. Tevens stelde hij dat hij zijn Libanese nationaliteit heeft verloren, waardoor hij staatloos zou zijn. De Raad van State oordeelde dat de strafrechter de omstandigheden reeds heeft meegewogen en dat de afwijzing van het naturalisatieverzoek geen strafrechtelijke sanctie is.
Verder werd overwogen dat de verklaring van de Libanese ambassade niet gelegaliseerd was en gebaseerd op achterhaalde wetgeving, waardoor appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij afstand had gedaan van zijn Libanese nationaliteit. De Raad van State vond geen aanleiding voor nader onderzoek door de minister en verwierp het hoger beroep.
De uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland werd daarmee bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het naturalisatieverzoek bevestigd.