ECLI:NL:RVS:2017:1299
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing herziening kinderopvangtoeslag 2008 wegens niet-ondertekende overeenkomst en bewijsgebrek
De appellant maakte in 2008 gebruik van gastouderopvang en ontving daarvoor kinderopvangtoeslag in de vorm van voorschotten. Na controle stelde de Belastingdienst de toeslag definitief op nihil vast, waarna appellant een verzoek tot herziening indiende. Dit verzoek werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gemaakte kosten en het ontbreken van een door het gastouderbureau ondertekende overeenkomst.
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en kende appellant een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en betoogde onder meer dat de rechtbank ten onrechte een te lage schadevergoeding toekende en dat het beroep gegrond verklaard had moeten worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht het bewijs onvoldoende achtte, maar dat zij onjuist had geoordeeld dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. De Afdeling vernietigde de uitspraak en het besluit van de Belastingdienst, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde zij de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De zaak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor het recht op kinderopvangtoeslag en de juiste toepassing van termijnen en schadevergoeding bij bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de Belastingdienst wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; proceskosten en griffierecht worden aan appellant vergoed.