ECLI:NL:RVS:2017:122
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking voorzieningen Remigratiewet wegens niet tijdig vertrek
Bij besluit van 26 februari 2014 heeft de raad van bestuur de aan appellant toegekende voorzieningen krachtens de Remigratiewet ingetrokken wegens het niet tijdig vertrekken uit Nederland naar Armenië. Appellant had een verlenging van de vertrektermijn tot 18 februari 2014 gekregen, maar vertrok niet binnen deze termijn. Een verzoek tot verdere verlenging werd afgewezen.
Appellant voerde aan dat zij onder medische behandeling stond die noodzakelijk was en niet onderbroken kon worden, waardoor vertrek binnen de termijn redelijkerwijs niet van haar kon worden verwacht. De rechtbank oordeelde echter dat appellant dit niet met bewijs had onderbouwd en verklaarde het beroep ongegrond. De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst erop dat uit artikel 13 van Pro het Besluit voorzieningen Remigratiewet blijkt dat intrekking kan worden voorkomen als de overschrijding van de termijn niet aan appellant kan worden verweten, hetgeen niet is aangetoond.
Verder is het voorstel van de raad van bestuur tot uitstel van de termijn tot maart 2016, dat na het bestreden besluit dateert, niet relevant voor de beoordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de voorzieningen krachtens de Remigratiewet wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.