ECLI:NL:RVS:2017:1131
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding in toevoegingszaak
Appellant vroeg een toevoeging voor gesubsidieerde rechtsbijstand aan in verband met een strafrechtelijke procedure. De raad voor rechtsbijstand stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling wegens het ontbreken van financiële gegevens. Na bezwaar en herroeping wees de raad de aanvraag af wegens onvoldoende informatie over het inkomen en vermogen van appellant, die in het buitenland woont.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde dat hij niet beschikte over de gevraagde verklaringen en dat de raad zijn inkomen bij benadering had moeten vaststellen. Ook betoogde hij dat de raad de hoorplicht had geschonden en dat de rechtbank onterecht geen proceskostenvergoeding toekende.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de raad terecht de aanvraag afwees wegens onvoldoende gegevens, dat het ontbreken van een verklaring van vrienden voor appellant voor risico blijft, en dat de rechtbank terecht geen hoorplichtschending aannam. Wel is de Afdeling van oordeel dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding toekende, nu de raad het bezwaar deels heeft gehonoreerd met een verbeterd besluit. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze naliet de proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de rechtbank wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.