ECLI:NL:RVS:2017:11
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit ongewenstverklaring vreemdeling wegens medische toestand
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie had op 26 november 2015 een vreemdeling ongewenst verklaard, hem bevolen de EU onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Raad voor de Rechtspraak toetste het hoger beroep en oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd dat uitzetting niet in strijd was met artikel 3 EVRM Pro, gezien de medische toestand van de vreemdeling.
Het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) stelde dat de vreemdeling niet in een terminaal of direct levensbedreigend stadium verkeerde en dat adequate behandeling in het land van herkomst aanwezig was. De vreemdeling leverde geen contra-expertise of beroepsgronden in die de vergewisplicht van de staatssecretaris konden aantasten.
De Raad bevestigde daarom de vernietiging van het besluit, verbeterde de gronden en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. Tevens werd een griffierecht opgelegd. De uitspraak werd op 9 januari 2017 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vernietiging van het besluit tot ongewenstverklaring en veroordeelt de staatssecretaris tot proceskostenvergoeding.