ECLI:NL:RVS:2017:1083
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging matiging boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door vrijwilligersinitiatief
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een boete op aan de voormalig vennoten van een vrijwilligersinitiatief voor tussenschoolse opvang wegens overtreding van artikel 2 en Pro artikel 15 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boete werd aanvankelijk vastgesteld op € 14.250,00, maar na bezwaar en beroep matigde de rechtbank deze tot € 2.562,50.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze matiging, stellende dat de boete te laag was gezien de aard van de onderneming en de duur en omvang van de betaalde werkzaamheden. De Raad van State overwoog dat de minister bij het opleggen van boetes een discretionaire bevoegdheid heeft, maar dat deze moet worden afgestemd op de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid, met inachtneming van de omstandigheden.
Gezien het feit dat het initiatief een kleine, startende organisatie is die draait op vrijwilligers, zonder opzet of uitbuiting, en dat de boete reeds met 75% was gematigd, achtte de Afdeling de boete passend en geboden. Het hoger beroep van de minister werd ongegrond verklaard en het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de appellant verviel. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de matiging van de boete tot € 2.562,50 en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.