ECLI:NL:RVS:2017:1058
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- J. Kramer
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging spoedeisende bestuursdwang tot onmiddellijke ontruiming van panden wegens funderingsgebreken
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloot op 25 april 2014 tot spoedeisende bestuursdwang door onmiddellijke ontruiming van de panden aan de Margrietstraat 1, 3 en 5 vanwege ernstige funderingsschade. De eigenaresse, Krediet Bemiddelingsmaatschappij B.V. (KBM), maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom ontruiming noodzakelijk was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en KBM stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht of het college op grond van de beschikbare rapporten en inspecties in redelijkheid tot onmiddellijke ontruiming kon besluiten. Het rapport van Baas B.V. toonde ernstige scheurvorming, slechte staat van houten fundering en risico op plotseling bezwijken.
De Afdeling oordeelde dat het college, gelet op de risico's voor de veiligheid en gezondheid van bewoners en gebruikers van de openbare weg, terecht spoedeisende bestuursdwang kon toepassen. Andere rapporten die geen acuut instortingsgevaar concludeerden, weerlegden dit niet. Het college hoefde niet te wachten op een toetsing aan NEN 8700 vanwege de urgentie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot onmiddellijke ontruiming van de panden bevestigd.