ECLI:NL:RVS:2017:1048
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onveiligheid Algerije onvoldoende voor verblijfsvergunning asiel
Bij besluit van 21 november 2016 wees de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat Algerije terecht is aangewezen als veilig land van herkomst en dat er een algemeen rechtsvermoeden bestaat dat vreemdelingen uit Algerije geen bescherming behoeven. De vreemdeling moest aannemelijk maken dat Algerije in zijn specifieke situatie onveilig is, wat een hoge drempel is. De vreemdeling had verklaard niet naar de politie te zijn gestapt uit angst, maar had dit niet onderbouwd.
De Afdeling vond dat de staatssecretaris voldoende had onderzocht en gemotiveerd dat de vreemdeling geen bescherming nodig had en dat het beroep ongegrond verklaard moest worden. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.