ECLI:NL:RVS:2017:1047
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onveiligheid Algerije voor vreemdeling afgewezen in hoger beroep
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 21 november 2016 de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 22 december 2016 het besluit vernietigde en het beroep gegrond verklaarde.
De staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling onderzocht of Algerije terecht was aangewezen als veilig land van herkomst en of de vreemdeling voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in zijn specifieke omstandigheden geen bescherming kon verwachten van de Algerijnse autoriteiten.
De Afdeling bevestigde dat Algerije terecht als veilig land van herkomst was aangewezen en dat er een algemeen rechtsvermoeden bestaat dat vreemdelingen uit Algerije geen bescherming behoeven. De vreemdeling had onvoldoende inspanningen verricht om bescherming te zoeken bij hogere autoriteiten. Daarom oordeelde de Afdeling dat het beroep van de vreemdeling ongegrond is.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.