ECLI:NL:RVS:2017:104
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoek wegens niet voldoen aan verblijfsduurvereiste
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees het verzoek van appellant om Nederlanderschap te verkrijgen af omdat hij niet sinds ten minste vijf jaren onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek toelating en hoofdverblijf in Nederland had gehad op grond van juiste persoonsgegevens, zoals vereist in artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN).
Appellant had zijn geboortedatum in de basisregistratie personen (BRP) laten wijzigen op basis van een Iraaks paspoort en geboorteregister, wat volgens de minister geen minieme, verschoonbare identiteitswijziging was. Hierdoor zou de termijn van vijf jaar pas vanaf de datum van wijziging gaan lopen.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het verzoek had afgewezen en dat appellant ten tijde van binnenkomst in Nederland zijn werkelijke geboortedatum kende of had moeten kennen. De Raad van State volgde dit oordeel en bevestigde dat de werkinstructie en het beleid van de minister binnen de grenzen van de wet blijven.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om Nederlanderschap wordt afgewezen omdat appellant niet vijf jaar onafgebroken met juiste persoonsgegevens in Nederland verbleef.