ECLI:NL:RVS:2017:1024
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning voor woningsplitsing in kwetsbaar gebied wegens onvoldoende woonoppervlakte
De zaak betreft een hoger beroep tegen de weigering van een omgevingsvergunning voor de legalisering van de splitsing van een woning in twee zelfstandige woningen in Den Haag. Het college had aanvankelijk de vergunning verleend, maar deze later ingetrokken na bezwaar van een belanghebbende. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging bij de Raad van State.
Het bestemmingsplan 'Regentesse-/Valkenboskwartier' waarin woningsplitsing onbeperkt was toegestaan, was vernietigd, waardoor het oudere bestemmingsplan 'Regentesse-Valkenboskwartier Noord' van toepassing werd. Dit plan stelt onder meer een minimale praktijk bruto vloeroppervlakte van 45 m² per woning. De achterste woning van de splitsing heeft slechts 39,5 m², wat strijdig is met het bestemmingsplan.
Het college beriep zich op de bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan, maar besloot dit niet te doen, mede op advies van de bezwaaradviescommissie. Deze commissie verwees naar de Huisvestingsverordening die in kwetsbare gebieden zoals Regentesse-/Valkenboskwartier woningsplitsing met woonoppervlakte kleiner dan 40 m² verbiedt. De Raad van State oordeelde dat het college in redelijkheid de vergunning kon weigeren vanwege het belang van bescherming van kwetsbare gebieden en dat appellant het risico van illegale splitsing zelf draagt.
Verder werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat er geen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan door het college. Het feit dat de vergunning aanvankelijk was verleend, betekent niet dat deze rechtens te honoreren verwachtingen schept, mede vanwege de mogelijkheid tot volledige heroverweging bij bezwaar.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.