ECLI:NL:RVS:2017:1015
Raad van State
- Hoger beroep
- P.J.J. van Buuren
- W.D.M. van Diepenbeek
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke toetsing omgevingsvergunning ondergrondse nevenruimten Nieuwe Kerk Delft
Het college van burgemeester en wethouders van Delft verleende op 31 maart 2015 een omgevingsvergunning aan de Protestantse Gemeente Delft (PGD) voor de bouw van twee ondergrondse kelders onder de Nieuwe Kerk. De Oudheidkundige Werkgemeenschap Delft (OWD) en AWN stelden beroep in tegen deze vergunning vanwege zorgen over het behoud van archeologische waarden, met name omtrent menselijke overblijfselen en funderingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna OWD en AWN hoger beroep instelden. De kern van het geschil betrof de vraag of de vergunning met de daaraan verbonden voorschriften voldoende bescherming bood aan de archeologische waarden en of het college zijn belangenafweging zorgvuldig had gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college voldoende rekening had gehouden met het archeologisch belang, ondanks afwijking van het advies van Archeologie Delft. Het college had een redelijke belangenafweging gemaakt, waarbij ook de toeristische en culturele functie van de kerk en de exploitatiemogelijkheden van de PGD waren betrokken. Het Programma van Eisen (PvE) voor het archeologisch onderzoek voldeed aan de vereisten, en de beperking van de bijdrage aan archeologisch onderzoek werd als redelijk beoordeeld.
Alternatieve bouwplannen van OWD en AWN werden niet als gelijkwaardig met minder bezwaren aangemerkt. Nieuwe betogen over bouwkundige risico’s werden buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening. Het hoger beroep van OWD en AWN en het incidenteel hoger beroep van PGD werden ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de verlening van de omgevingsvergunning is ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.