ECLI:NL:RVS:2016:976
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens aanwezigheid drugs bestemd voor verkoop
De burgemeester heeft op 18 augustus 2014 een last onder bestuursdwang opgelegd tot sluiting van een woning voor drie maanden vanwege de aanwezigheid van drugs die volgens de burgemeester bestemd waren voor verkoop, aflevering of verstrekking. De appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze sluiting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State. De appellant voerde aan dat de drugs uitsluitend voor eigen gebruik waren, onderbouwd met een verklaring van zijn huisarts en zijn opname in een kliniek, en dat de sluiting onredelijk was vanwege reputatieschade.
De Raad van State oordeelde dat de aangetroffen hoeveelheden drugs de grens voor eigen gebruik ruimschoots overschrijden en dat het standpunt van de burgemeester en rechtbank dat de drugs bestemd waren voor verkoop terecht is. Ook was het beleid van de burgemeester om bij dergelijke vondsten de woning te sluiten niet onredelijk. De gevolgen voor de appellant, waaronder reputatieschade, wegen niet op tegen het belang van het tegengaan van drugshandel.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; sluiting woning bevestigd wegens drugsbestemming voor verkoop.