ECLI:NL:RVS:2016:957
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid bekering
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 8 april 2015 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij zij de beoordeling van de staatssecretaris over de ongeloofwaardigheid van de bekering tot het christendom volgde.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte de motivering van de staatssecretaris had goedgekeurd, omdat deze onvoldoende rekening had gehouden met haar verklaringen tijdens het nader gehoor. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank inderdaad niet had onderkend dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd hoe hij de verklaringen over de bijbelstudiegroep en het klooster had meegewogen.
De Afdeling vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het beroep wordt gegrond verklaard.