ECLI:NL:RVS:2016:948
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- E. Steendijk
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking verblijfsvergunning wegens gefingeerd dienstverband en onvoldoende onderzoek
De staatssecretaris trok de verblijfsvergunning van de vreemdeling in omdat het dienstverband van de referent gefingeerd zou zijn en de vreemdeling onjuiste gegevens had verstrekt. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de ongerijmdheden en vernietigde het besluit.
In hoger beroep stelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het dienstverband inderdaad gefingeerd was en dat de staatssecretaris voldoende onderzoek heeft verricht, waaronder informatie van de Belastingdienst. De verklaringen van de vreemdeling en diens getuige waren onvoldoende gestaafd.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte meer onderzoek verlangde en dat het beroep op het besluit nr. 1/80 en de Gezinsherenigingsrichtlijn niet slaagt. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning gehandhaafd.