ECLI:NL:RVS:2016:946
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring wegens zicht op uitzetting Ethiopië
De vreemdeling van Ethiopische nationaliteit werd op 20 januari 2016 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en oordeelde dat er geen zicht was op uitzetting naar Ethiopië binnen een redelijke termijn, waardoor de bewaring onrechtmatig was. Tevens werd schadevergoeding toegekend.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de Ethiopische autoriteiten bereid zijn laissez passer te verstrekken aan vreemdelingen die vrijwillig willen terugkeren, en dat het ontbreken van laissez passer sinds 2012 samenhangt met het ontbreken van een vrijwillige terugkeerverklaring. Ook wees hij op lopende diplomatieke inspanningen en het bezit van een verlopen paspoort van de vreemdeling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat er wel degelijk zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn bij actieve medewerking van de vreemdeling. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van actieve medewerking van de vreemdeling en de rol van diplomatieke betrekkingen bij het verkrijgen van reisdocumenten voor uitzetting. De Afdeling bevestigt dat het ontbreken van een laissez passer niet automatisch betekent dat zicht op uitzetting ontbreekt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.