ECLI:NL:RVS:2016:885
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning asiel en regulier
De vreemdeling, van Mongolische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 4 september 2014 werd afgewezen. Tevens werd geweigerd ambtshalve een verblijfsvergunning regulier te verlenen en om uitzetting achterwege te laten op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna zowel de vreemdeling als de staatssecretaris hoger beroep instelden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep van de vreemdeling kennelijk ongegrond is omdat de aangevoerde gronden geen vragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond, omdat de rechtbank ten onrechte het gehele besluit vernietigde terwijl het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag ongegrond was. Ook is geoordeeld dat de staatssecretaris niet onzorgvuldig handelde door geen medisch onderzoek aan te bieden, aangezien geen bewijs is geleverd dat de vreemdeling onder behandeling was of een afspraak had voor behandeling.
De eerdere uitspraken van de rechtbank worden vernietigd en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Afdeling bevestigt dat de staatssecretaris ambtshalve een verblijfsvergunning regulier moet beoordelen en dat de vreemdeling geen recht heeft op een medisch onderzoek door het Bureau Medische Advisering.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard, het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en de eerdere rechtbankuitspraken worden vernietigd.