ECLI:NL:RVS:2016:841
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering tweede standplaats na herinrichting Haagse markt
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende appellant een vergunning voor één standplaats op de Haagse markt na de herinrichting, waarbij de omvang van de standplaats aanzienlijk kleiner was dan voorheen. Appellant stelde dat hij feitelijk twee standplaatsen had vóór de herinrichting en dat hij daarom recht had op compensatie in de vorm van een tweede standplaats.
De rechtbank oordeelde dat appellant slechts één standplaats had en dat het college hem terecht slechts één standplaats had toegekend. Het college hanteert een beleidsregel waarbij standplaatshouders die meer dan 33% in front of oppervlakte verliezen, onder bijzondere omstandigheden een tweede standplaats kunnen krijgen. Appellant stelde dat hij onredelijk werd behandeld omdat hij geen tweede standplaats kreeg, terwijl anderen dat wel kregen.
De Raad van State oordeelt dat het college een redelijke en begunstigende vaste gedragslijn hanteert en dat het beoordelingsvrijheid heeft bij het toekennen van een tweede standplaats. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn situatie bijzondere omstandigheden bevat die een tweede standplaats rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.