ECLI:NL:RVS:2016:831
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging betalingsregeling toeslagschuld na bezwaar en beroep
Appellant had een toeslagschuld van € 23.573,00 opgebouwd door te veel ontvangen kinderopvang- en zorgtoeslagen over meerdere jaren. De Belastingdienst stelde een betalingsregeling vast van 24 maanden met maandelijkse termijnen van € 983,00, gebaseerd op de vastgestelde betalingscapaciteit van appellant.
Appellant betwistte deze vaststelling, stellende dat er geen rekening was gehouden met andere openstaande belastingschulden, de verrekening van kinderopvangtoeslag en dat het maandbedrag haar inkomen onder de beslagvrije voet zou brengen. De rechtbank oordeelde echter dat de Belastingdienst conform de toepasselijke regelgeving de betalingscapaciteit juist had berekend, waarbij alleen bepaalde uitgaven in aanmerking worden genomen.
De Raad van State bevestigde dit oordeel, overwegende dat niet-afgeloste schulden geen uitgaven zijn en geen invloed hebben op de draagkracht. Ook de kosten van kinderopvang worden niet als relevante uitgaven beschouwd bij de bepaling van de betalingscapaciteit. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de betalingsregeling van 24 maanden à € 983 per maand wordt bevestigd.