ECLI:NL:RVS:2016:826
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over vreemdelingenbewaring vanwege onvoldoende kennisvergaring belangen
Bij besluit van 4 december 2015 werd de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, hief de bewaring op en kende schadevergoeding toe. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de staatssecretaris voorafgaand aan de maatregel concrete vragen heeft gesteld over persoonlijke omstandigheden en de vreemdeling gelegenheid heeft gegeven aanvullende feiten aan te voeren. Daarmee is voldoende kennis over de belangen verkregen. De rechtbank heeft dit ten onrechte niet erkend, waardoor het hoger beroep gegrond is.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en toetst het beroep van de vreemdeling zelf. Gelet op het ontbreken van twijfel over de identiteit en het gebruik van een vals paspoort, is de bewaring noodzakelijk en rechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de maatregel van vreemdelingenbewaring blijft in stand.