ECLI:NL:RVS:2016:825
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens ondeugdelijke motivering
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 3 november 2014 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte aannam dat de staatssecretaris redelijkerwijs kon verwachten dat de vreemdeling zich onder de bescherming van Zuid-Koreaanse autoriteiten zou stellen. De motivering van de staatssecretaris over het ontbreken van een reëel risico voor de vreemdeling en haar familie in Noord-Korea was ondeugdelijk, met name omdat niet was onderbouwd waarom de vreemdeling niet als een voor het Noord-Koreaanse regime waardevolle persoon zou worden beschouwd.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van de staatssecretaris en de uitspraak van de rechtbank voor zover het beroep ongegrond werd verklaard. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het beroep wordt gegrond verklaard.