ECLI:NL:RVS:2016:811
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten verblijf en onterecht opleggen vertrektermijn vreemdelingen
Bij besluiten van 20 januari 2016 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen en hen onterecht bevolen Nederland onmiddellijk te verlaten. De rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. De vreemdelingen stelden hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank ten onrechte niet heeft onderkend dat de staatssecretaris onterecht heeft bepaald dat de vreemdelingen Nederland onmiddellijk dienen te verlaten, mede gelet op een eerdere uitspraak van 5 november 2015. De hoger beroepen zijn kennelijk gegrond en de aangevallen uitspraken worden vernietigd.
De Afdeling verklaart de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigt de besluiten voor zover daarin de onmiddellijke vertrektermijn is opgelegd. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.488,00. De niet in behandeling nemen van de aanvragen blijft rechtmatig.
Uitkomst: De besluiten van 20 januari 2016 worden vernietigd voor zover daarin een onmiddellijke vertrektermijn is opgelegd en de beroepen worden gegrond verklaard.