ECLI:NL:RVS:2016:80
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E. Steendijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen en proceskosten in hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af vanwege het ontbreken van een geldig document voor grensoverschrijding. De vreemdeling voerde aan dat hij vanwege medische redenen niet in staat was een inhoudelijk interview op de ambassade te ondergaan voor verificatie van een blanco paspoort.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit van de staatssecretaris en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen. De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat hij de redenen van de vreemdeling wel degelijk had betrokken en gemotiveerd had afgewezen. Tevens stelde hij dat een inhoudelijk interview niet vereist is volgens het beleid en dat de vreemdeling wel in staat is zijn identiteit op de ambassade te laten toetsen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het bezwaarbesluit vernietigde zonder de rechtsgevolgen in stand te laten. De Raad stelde vast dat de staatssecretaris voldoende gemotiveerd had gereageerd op de aangevoerde redenen en dat het beleid geen inhoudelijk interview vereist. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het bezwaarbesluit in stand blijven.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €496 en werd een griffierecht van €497 opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de rechtsgevolgen van het bezwaarbesluit blijven in stand.