ECLI:NL:RVS:2016:766
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit tegemoetkoming planschade na vrijstelling bestemmingsplan
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland, die het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Berkelland ongegrond verklaarde. Het college had appellant een tegemoetkoming van €3.000 toegekend wegens planschade veroorzaakt door een vrijstellingsbesluit voor uitbreiding van een rioolwaterzuiveringsinstallatie.
Appellant betwistte de hoogte van de tegemoetkoming en voerde aan dat het advies van het Kenniscentrum onjuist was, onder meer omdat het terrein volgens hem geheel als nutsbedrijf moest worden aangemerkt en de overlast groter was dan erkend. Tevens stelde appellant dat de waarde van zijn woning te laag was vastgesteld.
De Afdeling oordeelt dat het college terecht het advies van het Kenniscentrum heeft gevolgd, omdat dit advies objectief en onderbouwd is en geen concrete aanwijzingen voor onjuistheid of onvolledigheid zijn gegeven. De Afdeling bevestigt dat de planologische realiteit bepalend is, niet de subjectieve beleving van appellant. Ook is de waardering van de woning door de taxateur voldoende controleerbaar en onderbouwd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.