ECLI:NL:RVS:2016:759
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhavingsbesluit tegen bedrijfsmatig gebruik perceel in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn legde op 10 april 2014 aan [appellante] een last onder dwangsom op om het bedrijfsmatig aanbieden van parkeerplaatsen en de verhuur van appartementen op haar perceel te staken.
[Appellante] maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat er concreet zicht op legalisering bestond en dat handhaving onevenredig was vanwege haar afhankelijkheid van het bedrijf voor levensonderhoud en haar gezondheidssituatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling oordeelt dat het college terecht handhavend is opgetreden omdat het gebruik strijdig is met het bestemmingsplan en er geen concreet zicht op legalisering was ten tijde van het besluit. Ook is het handhaven niet onevenredig gelet op het algemeen belang en de mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan biedt.
Een beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt niet in behandeling genomen omdat dit niet eerder is aangevoerd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit wordt bevestigd.