ECLI:NL:RVS:2016:717
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verrekening kinderopvangtoeslag 2007
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel, waarin het beroep ongegrond werd verklaard. De Belastingdienst/Toeslagen had een acceptgiro gestuurd waarin een verrekening van openstaande vorderingen over 2007 werd toegepast, met een openstaand bedrag van € 2.719,00. Appellant maakte bezwaar tegen deze verrekening, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard door de Belastingdienst/Toeslagen en door de rechtbank bevestigd.
Appellant betwistte de verrekening en stelde dat zij slechts € 66,00 verschuldigd was en dit bedrag had voldaan, zodat er niets meer te verrekenen viel. De Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 30, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) de Belastingdienst/Toeslagen bevoegd is om terugvorderingen te verrekenen met uit te betalen tegemoetkomingen of voorschotten. Artikel 12, eerste lid, Awir bepaalt dat bezwaar maken tegen een besluit tot verrekening niet mogelijk is.
Daarmee was het bezwaar van appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard. De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.