ECLI:NL:RVS:2016:668
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ongegrondheid beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel alleenstaande vrouw uit Irak
De staatssecretaris heeft op 10 juni 2014 een aanvraag van een alleenstaande vrouw uit Irak om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat zij Irak had verlaten vanwege gevaar dat voortkwam uit de werkzaamheden van haar broer voor de Britten, en dat zij behoort tot de kwetsbare minderheidsgroep van alleenstaande vrouwen. De staatssecretaris erkende het gevaar voor haar broer, maar achtte niet aannemelijk dat de vreemdeling zelf een reëel risico liep. Tevens wees de staatssecretaris op het ontbreken van specifieke individuele kenmerken die een risico voor haar zouden onderbouwen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling geen reëel risico liep. De Raad stelde dat de problemen van de broer niet meewegen bij de beoordeling van het risico voor de vreemdeling zelf en dat de door haar overgelegde arrestatiebevelen onvoldoende authentiek en relevant waren. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen de afwijzing van haar verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.