ECLI:NL:RVS:2016:627
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A.B.M. Hent
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte zonder vergunning
Het dagelijks bestuur legde appellant een bestuurlijke boete van €24.000 op wegens overtreding van artikel 30, eerste lid, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet door woonruimten zonder vergunning aan de bestemming tot bewoning te onttrekken.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellant de woonruimten aan toeristen verhuurde en daarmee de bestemming voor permanente bewoning onttrok, ondanks dat de panden tijdelijk verbouwd waren. De rechtbank vond de boete niet onevenredig.
Appellant voerde aan dat de woonruimten door de verbouwing niet feitelijk in gebruik waren als woning en dat de boete gematigd had moeten worden wegens geringe ernst. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de juridische bestemming leidend is en dat verhuur aan toeristen erkend was. De boete werd terecht niet gematigd omdat de overtreding niet per ongeluk of van korte duur was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarmee de boete van €24.000 gehandhaafd bleef.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €24.000 wegens onttrekking van woonruimte zonder vergunning.