ECLI:NL:RVS:2016:606
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- A.B.M. Hent
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing paspoortaanvraag wegens verlies Nederlanderschap door verkrijging Duitse nationaliteit
Appellant diende op 5 juni 2014 een aanvraag in voor een nationaal paspoort. De minister stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat appellant het Nederlanderschap had verloren door vrijwillig de Duitse nationaliteit te verkrijgen op 29 april 2010.
Appellant voerde aan dat zijn echtgenote altijd de Duitse nationaliteit bezat, waardoor hij het Nederlanderschap niet zou hebben verloren. Hij verwees naar Duitse wetgeving en documenten van Duitse autoriteiten ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn echtgenote op het moment van verkrijging van de Duitse nationaliteit door appellant reeds de Duitse nationaliteit bezat. De Raad van State bevestigt dit oordeel en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak wijst erop dat het aan appellant is om met stukken van Duitse autoriteiten aan te tonen dat zijn echtgenote de Duitse nationaliteit bezat op het moment van verkrijging. De aangeleverde brieven tonen dit niet aan. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de paspoortaanvraag bevestigd wegens verlies van het Nederlanderschap.