ECLI:NL:RVS:2016:58
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens onjuiste toepassing Arbobesluit artikel 7.17a
De minister legde aan appellante een bestuurlijke boete van €10.800 op wegens overtreding van artikel 7.17a, eerste lid, van het Arbobesluit. Deze bepaling vereist dat mobiele arbeidsmiddelen die personen vervoeren, zodanig zijn uitgerust dat het gevaar voor deze personen wordt beperkt. De boete was gebaseerd op het feit dat werknemers op de dissel van een actiewagen stonden zonder specifieke veiligheidsvoorzieningen.
De rechtbank oordeelde dat de actiewagen een mobiel arbeidsmiddel was waarop personen werden vervoerd en dat de veiligheidsvoorzieningen ontbraken, waardoor de boete terecht was opgelegd. Appellante stelde echter dat de actiewagen uitsluitend diende voor verkeersveiligheid en niet bedoeld was voor personenvervoer.
De Raad van State stelde vast dat artikel 7.17a, eerste lid, van het Arbobesluit alleen ziet op mobiele arbeidsmiddelen die mede bedoeld zijn voor personenvervoer. Omdat de actiewagen niet bedoeld is voor het vervoeren van personen, maar voor het waarschuwen van weggebruikers, is de boete onterecht opgelegd.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het eerdere vonnis en het boetebesluit, en herroept het boetebesluit van de minister. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellante vergoed.
Uitkomst: De bestuurlijke boete wordt vernietigd omdat de actiewagen niet bedoeld is voor personenvervoer en artikel 7.17a niet is overtreden.