ECLI:NL:RVS:2016:573
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing verblijfsvergunning asiel Somalië
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 25 april 2014 de aanvraag van een Somalische vrouw om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De vreemdeling stelde dat zij als alleenstaande vrouw uit een gebied onder controle van Al-Shabaab een reëel risico liep op onmenselijke behandeling bij terugkeer. De rechtbank oordeelde dat het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd. De staatssecretaris voerde in hoger beroep aan dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij persoonlijk een reëel risico liep, mede omdat het gebied niet volledig onder controle van Al-Shabaab staat en zij tot een minderheidsclan behoort.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de vreemdeling niet aannemelijk had gemaakt dat zij als alleenstaande vrouw een verhoogd risico liep en dat het geweld van Al-Shabaab vooral gericht is tegen Somalische autoriteiten en niet willekeurig burgers treft. Ook werd geoordeeld dat de situatie in Zuid- en Centraal-Somalië niet de uitzonderlijke situatie betrof die artikel 29 Vreemdelingenwet Pro 2000 beschermt.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning gehandhaafd.