ECLI:NL:RVS:2016:54
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor verbouwing schuur tot woning ondanks strijd bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verleende op 27 juni 2014 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het verbouwen van een schuur tot woning op een perceel met de bestemming 'Agrarische Doeleinden', waar woningen niet zijn toegestaan volgens het bestemmingsplan 'Schieveense Polder'. Appellanten, bewoners van het achterhuis op het naastgelegen perceel, maakten bezwaar tegen deze vergunning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond en het hoger beroep richtte zich tegen deze uitspraak. Appellanten stelden onder meer dat het college ten onrechte geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad had gevraagd en dat het bouwplan in strijd was met provinciaal beleid en het stedenbouwkundig plan.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht de vergunning verleende met toepassing van artikel 2.12 van de Wabo, waarbij de gemeenteraad via een lijstprocedure geen bedenkingen had geuit. Het college had beleidsvrijheid en had het bouwplan in redelijkheid kunnen toestaan, mede gelet op gewijzigde planologische inzichten en het provinciaal beleid dat vrijkomende agrarische bebouwing toestaat omgezet te worden in woningen.
Verder faalden de bezwaren tegen de toetsing aan het Bouwbesluit 2012. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.