ECLI:NL:RVS:2016:51
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- G.M.H. Hoogvliet
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invordering dwangsom wegens overtreding bestemmingsplan in Zaandam
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad legde aan [appellante] een last onder dwangsom op omdat het pand op haar perceel in Zaandam was gesplitst in twee woningen, wat in strijd was met het bestemmingsplan "Poelenburg". De last hield in dat het pand binnen twaalf weken teruggebracht moest worden naar één woning. Nadat het college een dwangsom van €10.000 invorderde wegens het niet voldoen aan deze last, stelde [appellante] bezwaar en beroep in.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde dit oordeel. De Afdeling overwoog dat ondanks gebreken in de inspectieverslagen, de verklaringen van de inspecteur voldoende waren om vast te stellen dat op 6 februari 2014 het pand nog steeds als twee woningen werd gebruikt. De door [appellante] aangevoerde omstandigheden, zoals het afsluiten van gastoevoer en watertoevoer en het opzeggen van de huur, waren onvoldoende om aan de last te voldoen of om af te zien van invordering.
De Afdeling benadrukte dat de invordering van verbeurde dwangsommen zwaarwegend is en alleen in bijzondere omstandigheden kan worden afgezien. De aangevoerde bijzondere omstandigheden werden niet erkend. De uitspraak van de rechtbank werd daarom bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom bevestigd.