ECLI:NL:RVS:2016:504
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat uitzetting vreemdeling met psychische klachten naar Armenië niet onrechtmatig is
De vreemdeling met Armeense nationaliteit, wiens asielaanvraag onherroepelijk is afgewezen, verzocht om uitstel van uitzetting wegens zijn psychische gezondheidstoestand. De behandelaars stelden dat effectieve behandeling in Armenië onmogelijk is vanwege culturele stigma's, politieke druk en suïcidaliteit. Het Bureau Medische Advisering (BMA) concludeerde echter dat behandeling in Armenië mogelijk is en stelde reisvereisten.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het BMA-advies onvoldoende inging op de ernstige bezwaren van de behandelaars, maar de Raad van State stelde vast dat het BMA de bezwaren zorgvuldig had beoordeeld en dat de behandelaars onvoldoende concreet hadden onderbouwd waarom behandeling in Armenië onmogelijk zou zijn.
De Raad van State vernietigde de eerdere rechtbankuitspraken en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens oordeelde de Raad dat de staatssecretaris had voldaan aan zijn vergewisplicht omtrent de fysieke overdracht van de vreemdeling aan medische instanties in Armenië. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen zijn uitzetting naar Armenië wordt ongegrond verklaard en eerdere rechtbankuitspraken worden vernietigd.