ECLI:NL:RVS:2016:477
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A. Hagen
- J.Th. Drop
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing omgevingsvergunning bouwen woning binnen beschermd dorpsgezicht te Baarn
Het college van burgemeester en wethouders van Baarn verleende op 21 augustus 2013 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning binnen een beschermd dorpsgezicht. Deze vergunning werd aangevochten door omwonenden ([appellant sub 3]) die bezwaar maakten tegen de bouw. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college en de vergunninghouder hoger beroep instelden. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan "Prins Hendrikpark 2002" en dat de aanvraag daarom getoetst moest worden aan de beheersverordening die op het moment van het bezwaarbesluit gold.
De Afdeling oordeelde dat het college ten onrechte het bouwplan had goedgekeurd ondanks dat het perceel niet voldeed aan de vereiste minimale perceelbreedte van 25 meter volgens het bestemmingsplan. Ook werd geoordeeld dat de rechtbank terecht het besluit op bezwaar had vernietigd omdat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure niet was gevolgd. Het incidenteel hoger beroep van de omwonenden werd ongegrond verklaard, waarbij werd vastgesteld dat geen omgevingsvergunning van rechtswege was verleend.
Ten aanzien van een later verleende vergunning van 18 december 2015 stelde de Afdeling vast dat deze vergunning strijdig was met de beheersverordening, omdat de nieuwe woning voor de voorgevel van het bestaande hoofdgebouw was gesitueerd, hetgeen niet is toegestaan. Daarom werd dit besluit vernietigd. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de omwonenden. De Afdeling verklaarde zich verder onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de vergunning die van rechtswege zou zijn verleend.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt vernietiging van de omgevingsvergunning en vernietigt een latere vergunning wegens strijd met het bestemmingsplan en de beheersverordening.