ECLI:NL:RVS:2016:461
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A. Hammerstein
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding na uitzetting naar Congo
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep ongegrond verklaarde tegen het besluit van de staatssecretaris om een schadevergoeding van €20.000 toe te kennen na zijn uitzetting naar de Democratische Republiek Congo (DRC).
Appellant stelde dat de staatssecretaris onrechtmatig had gehandeld door hem uit te zetten ondanks het reële risico op mishandeling en detentie in de DRC, mede omdat delen van zijn asieldossier door escorts aan de Congolese autoriteiten zouden zijn overhandigd. De staatssecretaris erkende uit morele overwegingen een schadevergoeding toe, maar betwistte aansprakelijkheid en onrechtmatigheid.
De Afdeling oordeelde dat de rechtmatigheid van de feitelijke uitzetting gegeven is, aangezien appellant geen bezwaar had gemaakt tegen de uitzetting en er geen bijzondere omstandigheden waren die een uitzondering rechtvaardigen. Ook werd geoordeeld dat de schadevergoeding redelijk was berekend en dat de erkenning van schade niet gelijkstaat aan erkenning van onrechtmatigheid.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.