ECLI:NL:RVS:2016:460
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing huisverbod door voorzieningenrechter
De burgemeester van Rotterdam legde op 22 juni 2015 een huisverbod op aan [wederpartij] vanwege een incident waarbij hij zijn vriendin een klap gaf. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam hechtte hieraan onvoldoende gewicht en hief het huisverbod na drie dagen op, ondanks het feit dat het huisverbod in principe tien dagen geldt om de veiligheid te waarborgen en hulpverlening op te starten.
De burgemeester stelde in hoger beroep dat de voorzieningenrechter ten onrechte het huisverbod had opgeheven, omdat er geen bijzondere feiten of omstandigheden waren die dit rechtvaardigden. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het huisverbod bedoeld is om de veiligheid van betrokkenen te beschermen en dat een toezegging van [wederpartij] om geen contact op te nemen onvoldoende zekerheid biedt. Ook was er nog geen reële aanvang van hulpverlening.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter en verklaarde het beroep van [wederpartij] tegen het huisverbod ongegrond. Tevens werd de proceskostenveroordeling van de burgemeester door de voorzieningenrechter vernietigd. Hiermee blijft het huisverbod van kracht tot de volledige periode van tien dagen is verstreken, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het huisverbod wordt ongegrond verklaard, waardoor het huisverbod blijft gelden.