ECLI:NL:RVS:2016:455
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor bedrijfsmatig gebruik terrein
Appellant verzocht om toevoeging voor rechtsbijstand in een procedure tegen een ontruimingsvordering van een bedrijfsterrein dat hij gebruikt voor zijn bedrijfsactiviteiten. De raad voor rechtsbijstand wees deze aanvragen af en verklaarde de bezwaren ongegrond. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant eveneens ongegrond.
Appellant stelde dat zijn bedrijfsuitoefening volledig afhankelijk is van het gebruik van het terrein en dat hij zijn bedrijf zou moeten staken zonder vervangend terrein. De commissie voor bezwaar oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn bedrijf zich niet elders kon vestigen, en verwees naar werkinstructie H050 die stelt dat een hogere huurprijs of verhuizing geen reden is voor toevoeging.
De rechtbank vond dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het voortbestaan van het bedrijf afhankelijk was van het resultaat van de procedure. Appellant voerde aan dat de begeleiding naar een ander terrein essentieel was, maar de Raad van State oordeelde dat appellant deze stelling onvoldoende had gemotiveerd.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand wordt bevestigd.