ECLI:NL:RVS:2016:454
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand bij bijstandsuitkering
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant die de afwijzing van toevoegingen voor rechtsbijstand bevestigde. De toevoegingen waren aangevraagd voor bezwaarprocedures tegen besluiten van de raad voor rechtsbijstand die aanvragen om bijstandsuitkeringen buiten behandeling hadden gesteld of hadden afgewezen.
De raad stelde dat de procedures feitelijke kwesties betroffen, zoals waardebepaling van een levensverzekering en woonwagen, en dat er geen sprake was van juridische complexiteit die het inschakelen van een advocaat vereiste. De rechtbank oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat juridisch verweer noodzakelijk was en dat de afwijzing van de toevoegingen terecht was.
Appellant voerde aan dat de procedures wel juridische aspecten bevatten, onder meer over het begrip gemeenschappelijke huishouding en de noodzaak van ontbrekende gegevens, en wees op zijn laaggeletterdheid. De Raad van State overweegt echter dat de belangen redelijkerwijs door appellant zelf of met hulp van een niet-advocaat behartigd konden worden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van toevoegingen voor rechtsbijstand wordt bevestigd omdat de procedures geen juridische complexiteit bevatten die een advocaat vereiste.