ECLI:NL:RVS:2016:406
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling college tot vergoeding proceskosten wegens beroepsmatige rechtsbijstand
Het college van burgemeester en wethouders van Assen stelde bij besluit van 20 november 2013 dat geen dwangsom verschuldigd was wegens het niet tijdig nemen van een besluit. Na bezwaar stelde het college bij besluit van 6 januari 2014 een dwangsom van €140,- vast. De rechtbank Noord-Nederland vernietigde dit besluit deels en stelde de dwangsom op €160,-, maar wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze afwijzing en voerde aan dat zijn gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand verleende, waardoor proceskostenvergoeding terecht zou zijn. De rechtbank had dit niet aannemelijk geacht, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde anders. De gemachtigde verrichtte juridische werkzaamheden als vast onderdeel van een duurzame, op inkomen gerichte taakuitoefening.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak dat de proceskostenvergoeding afwees en veroordeelde het college tot vergoeding van €1364,- aan proceskosten en €248,- griffierecht. De zaak werd behandeld door een enkelvoudige kamer onder leiding van C.J. Borman.
Uitkomst: Het college van burgemeester en wethouders van Assen is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant wegens beroepsmatige rechtsbijstand.