ECLI:NL:RVS:2016:394
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- W. Sorgdrager
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit RDW over tenaamstelling voertuigen na diefstal
KAV Autoverhuur deed aangifte van verduistering van vijf voertuigen, waarna de RDW het kentekenbewijs ongeldig verklaarde en een gestolen-signaal plaatste. Na bericht van de Officier van Justitie dat geen strafrechtelijke vervolging werd ingesteld, verwijderde de politie het vermissingsignaal, waarna de RDW de tenaamstelling van de voertuigen herstelde en KAV aansprakelijk stelde voor voertuigverplichtingen.
KAV Autoverhuur betwistte dit herstel omdat de voertuigen niet waren teruggevonden en zij er niet over kon beschikken. De rechtbank verklaarde het bezwaar van KAV gegrond en vernietigde het besluit van de RDW, maar de RDW handhaafde haar standpunt in bezwaar en hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het reglementaire artikel dat het van rechtswege herleven van de tenaamstelling regelde, geen wettelijke grondslag heeft en daarom onverbindend is. De RDW had haar beoordelingsruimte moeten gebruiken om te bepalen of de tenaamstelling hersteld kon worden, wat zij niet had gedaan. Het besluit van de RDW werd daarom vernietigd en de RDW werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de RDW tot herstel van de tenaamstelling van de voertuigen wordt vernietigd en de RDW dient een nieuw besluit te nemen.