ECLI:NL:RVS:2016:365
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning voor commerciële dansschool op bedrijventerrein
Het college van burgemeester en wethouders van Leiden weigerde op 7 februari 2014 een omgevingsvergunning voor het gebruik van een perceel als dansschool en cultureel centrum, omdat dit volgens het college in strijd was met het bestemmingsplan "Leiden Noord 2007" met bestemming "Bedrijfsdoeleinden II".
De appellant voerde aan dat de dansschool als bedrijf moet worden aangemerkt, omdat het een commerciële onderneming betreft die als bron van inkomsten dient, en dat de dansschool in de Staat van Bedrijfsactiviteiten is ingedeeld in categorie II. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom het gebruik in strijd zou zijn met het bestemmingsplan.
De Afdeling oordeelde dat het begrip "bedrijf" in het bestemmingsplan moet worden uitgelegd volgens het algemene spraakgebruik, waarbij een commerciële dansschool als bedrijf kan worden aangemerkt. Omdat de dansschool in de Staat van Bedrijfsactiviteiten is ingedeeld in categorie II en het bestemmingsplan geen nadere beperkingen kent, is het gebruik niet in strijd met het bestemmingsplan.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en bepaalde dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd omdat het gebruik als dansschool niet in strijd is met het bestemmingsplan.