ECLI:NL:RVS:2016:354
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins-de Vin
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over afwijzing verblijfsvergunning langdurig verblijvende kinderen
De staatssecretaris wees op 29 september 2014 de aanvraag van een gezin van vreemdelingen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Na een bezwaarprocedure verklaarde de rechtbank het beroep van de vreemdelingen gegrond en vernietigde het besluit. De staatssecretaris ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat de vreemdelingen niet hebben meegewerkt aan hun vertrek, een contra-indicatie voor vergunningverlening volgens de Regeling langdurig verblijvende kinderen. De vreemdelingen hadden onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij zich hadden gericht tot bevoegde instanties voor vertrekondersteuning.
Verder is geoordeeld dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro en het IVRK zorgvuldig heeft plaatsgevonden, waarbij rekening is gehouden met de worteling van de minderjarige hoofdpersoon in Nederland en de medische situatie van de vader. De Raad van State vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van hun verblijfsvergunning wordt bevestigd.