ECLI:NL:RVS:2016:3511
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring hoger beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag
Bij besluit van 27 september 2016 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank, die dit beroep ongegrond verklaarde op 20 oktober 2016.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. In het hogerberoepschrift werd onder meer aangevoerd dat zij op 1 november 2016 gedwongen was opgenomen, een feit dat na de uitspraak van de rechtbank plaatsvond.
De Raad van State oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat de grieven niet binnen de toetsing van het bestreden besluit vallen zoals vereist in artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het nieuwe feit van opname kon niet worden betrokken bij de beoordeling omdat dit na de uitspraak van de rechtbank plaatsvond en dus niet als grief kon worden aangemerkt.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is niet-ontvankelijk verklaard.