ECLI:NL:RVS:2016:3504
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens gegronde vrees vervolging homoseksuele vreemdeling
De vreemdeling uit de Democratische Republiek Congo (DRC) vreesde vervolging bij terugkeer vanwege zijn homoseksualiteit. Hij had in het verleden meerdere malen geweld en mishandelingen ondervonden die direct verband hielden met zijn seksuele geaardheid. De staatssecretaris had zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel afgewezen, stellende dat de vreemdeling onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico liep op vervolging.
De rechtbank oordeelde echter dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de vreemdeling niet beschermd zou worden door de autoriteiten en waarom het vestigen in Kinshasa als beschermingsalternatief toereikend zou zijn. De rechtbank vernietigde het besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep, maar de Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris niet aannemelijk had gemaakt dat de vreemdeling zich in de toekomst niet op dezelfde wijze zou gedragen als in het verleden, noch dat de mishandelingen niet ernstig genoeg waren om als vervolging te gelden. Ook ontbrak een deugdelijke motivering omtrent het beschermingsalternatief Kinshasa. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.