ECLI:NL:RVS:2016:3463
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen kosten bestuursdwang bij verkeerd aanbieden huisvuil
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft op 15 februari 2016 schriftelijk bevestigd dat op 9 februari 2016 spoedeisende bestuursdwang is toegepast wegens het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op een niet toegestane dag, in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010. De kosten van deze bestuursdwang, vastgesteld op €126,00, werden voor een deel aan appellant toegerekend.
Appellant stelde dat hij niet op de hoogte was van de wijziging van de inzameldag van huisvuil van dinsdag naar vrijdag en dat de kosten van bestuursdwang niet of niet geheel voor zijn rekening behoren te komen. Het college verwees naar een bewonersbrief van 21 december 2015 waarin de wijziging was aangekondigd. De Raad van State oordeelde dat het college ervan mocht uitgaan dat appellant van de wijziging op de hoogte had kunnen zijn en dat het risico dat hij dat niet was voor zijn rekening komt.
Voorts voerde appellant aan dat de opgelegde kosten niet overeenkomen met de werkelijke kosten. Het college stelde dat de werkelijke kosten €193,58 bedragen, maar het te verhalen bedrag voor een eerste overtreding beperkt is tot €126,00, wat volgens het college redelijk is en vergelijkbaar met andere gemeenten. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit bedrag onredelijk is.
De Raad van State verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. Hiermee blijft het besluit van het college in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de kosten van bestuursdwang wordt ongegrond verklaard en de kosten blijven voor rekening van appellant.