ECLI:NL:RVS:2016:338
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vergunning uitbreiding veehouderij onder Natuurbeschermingswet
Het college van gedeputeerde staten van Utrecht verleende op 15 oktober 2013 een vergunning voor het uitbreiden en wijzigen van een veehouderij aan een locatie te Utrecht op grond van de Natuurbeschermingswet 1998. De Coöperatie Mobilisation for the Environment (Mob) en de vereniging Leefmilieu maakten bezwaar tegen dit besluit, dat gedeeltelijk werd gehonoreerd, waarna zij beroep instelden bij de Raad van State.
De appellanten stelden onder meer dat het college onjuiste referentiedata had gehanteerd en dat het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen en de Haeck ten onrechte buiten beschouwing was gelaten vanwege de afstandscriterium van 25 kilometer. Tevens werd betoogd dat de feitelijke veebestanden niet waren beoordeeld en dat meldingen uit eerdere jaren onterecht als rechtsgeldige uitgangspunten werden gebruikt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat noch de Natuurbeschermingswet 1998, noch de Algemene wet bestuursrecht verplicht tot terinzagelegging van de bezwaarbesluiten en bijbehorende stukken. Het gebruikte rekenmodel AAgro-Stacks is de best beschikbare techniek voor ammoniakdepositieberekeningen tot 25 kilometer en het college mocht dit toepassen. De afstand tot het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen en de Haeck is meer dan 25 kilometer, waardoor dit gebied terecht niet is betrokken.
Verder is vastgesteld dat de meldingen uit 1999 en 2007 rechtsgeldig zijn en dat er geen aanwijzingen zijn dat het toegestane veebestand niet is geëxploiteerd. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor uitbreiding van de veehouderij wordt ongegrond verklaard.